Community Wealth Building in Nieuw-West
Maandag 20 april 2026
In Amsterdam Nieuw-West wordt gewerkt aan een programma dat de manier waarop steden naar hun economie kijken fundamenteel wil veranderen. Niet economische groei staat centraal, maar de vraag wie profiteert van die groei. Het concept dat daarbij wordt toegepast heet Community Wealth Building (CWB): een strategie om economische waarde lokaal op te bouwen én lokaal te houden.
Community Wealth Building is internationaal in opkomst, met succesvolle voorbeelden in onder meer de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In Amsterdam Nieuw-West wordt in het kader van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West nu al een paar jaar gebouwd aan implementatie van dit model in de Nederlandse context. “Community Wealth Building is een economische ontwikkelingsstrategie,” zegt Frans Bieckmann van de gemeente Amsterdam, sinds drie jaar trekker en coördinator van het programma. “Het is een praktische en pragmatische manier om stap voor stap toe te werken naar een eerlijke, democratische en lokale economie, waarin eigenaarschap en zeggenschap breder worden gedeeld. Met werknemers, maar ook met bijvoorbeeld bewoners uit de buurten.”
Pijlers
De kern van Community Wealth Building is eenvoudig: zorg dat economische waarde die in een gebied wordt gecreëerd daar ook blijft en democratischer wordt beheerd en verdeeld. Binnen het huidige economische paradigma zijn de machtsverhoudingen zo, dat winst wegvloeit naar internationale bedrijven, aandeelhouders of investeerders buiten de regio. CWB probeert dat patroon te doorbreken door lokale democratische eigendomsvormen te stimuleren en economische relaties binnen een regio te versterken. “CWB vertrekt vanuit het idee dat economie niet abstract of ver weg is, maar iets van en voor bewoners. Samen nemen we verantwoordelijkheid voor een eerlijke, inclusieve en lokaal gewortelde economie in Nieuw-West.” Daarvoor heeft het programma een aantal pijlers benoemd. “De eerste pijler is het stimuleren van coöperatieve bedrijven,” legt Bieckmann uit. “De tweede is het stimuleren van inkoop door de gemeente en andere zogeheten ankerorganisaties bij die bedrijven. En de derde is het opbouwen van een ondersteunende infrastructuur, zodat er een compleet coöperatief ecosysteem kan ontstaan. Onder die infrastructuur kun je bijvoorbeeld grond en vastgoed scharen, die ankerorganisaties beschikbaar stellen om dat coöperatieve ecosysteem te helpen groeien. Het doel is zinvol werk en bestaanszekerheid voor zoveel mogelijk mensen te realiseren.”

Frans Bieckmann
Frans Bieckmann (1963) is sinds 2024 programmamanager van Community Wealth Building in Amsterdam Nieuw-West. Hij is politicoloog en journalist en schreef een aantal boeken over uiteenlopende onderwerpen: van prins Claus tot Sudan en de Spaanse politiek. Frans was eerder al strategisch adviseur voor de gemeente Amsterdam en werkte mee aan Nationaal Programma Samen Nieuw-West. Ook is hij oprichter van The Broker: een internationale online denktank over internationale economie en ontwikkeling.
Ontstaansgeschiedenis
Community Wealth Building is ontstaan als reactie op de economische ontwikkelingen sinds de jaren tachtig. “De huidige wereldeconomie is sterk beïnvloed door een neoliberaal perspectief”, legt de Amerikaanse Ted Howard uit. Hij is als senior strategisch adviseur aan het programma in Amsterdam verbonden en heeft al meer dan twintig jaar ervaring op het gebied van CWB. “Dat neoliberale model legt de nadruk op marktwerking en economische groei. Het idee was dat iedereen ervan profiteert als de economie groeit.” Deze gedachte heeft volgens Howard inderdaad veel welvaart gecreëerd, maar ook nieuwe problemen. “Er heeft een enorme economische groei plaatsgevonden. Maar tegelijkertijd zien we groeiende ongelijkheid, een klimaatcrisis en steeds meer macht bij een kleine groep aandeelhouders en miljardairs. In veel regio’s heeft dat geleid tot de vraag of er alternatieven mogelijk zijn. Mensen vroegen zich af of zij hun economie wellicht ook anders kunnen organiseren. Zo is Community Wealth Building ontstaan.”
Van Cleveland naar Amsterdam
Een van de eerste concrete experimenten met CWB vond plaats in Cleveland, in de Amerikaanse staat Ohio. De stad had zwaar te lijden onder de teloorgang van de industriële economie. “Cleveland was ooit een sterke industriestad”, vertelt Howard. “Maar veel banen verdwenen en de lokale economie stortte in. Mensen daar zeiden: kunnen we het niet eens anders proberen? Zo is het eerste CWB-programma ontstaan. In Cleveland zijn we begonnen met de Evergreen Cooperatives, die nu vierhonderd mensen in dienst hebben en diensten en goederen leveren aan grote instanties in de armste buurt van de stad.”
Het model verspreidde zich naar andere steden in de Verenigde Staten en bereikte in 2012 ook Preston in Engeland: een stad met ongeveer 150.000 inwoners, die bekend stond als ‘suicide capital’ van het Verenigd Koninkrijk. Door een nieuwe strategie van lokale inkoop en ondersteuning van coöperaties wist de stad een groot deel van haar publieke uitgaven lokaal te houden. “Voorheen gingen veel contracten naar bedrijven buiten de regio”, aldus Howard. “Nu blijven deze contracten in de stad. Dat betekent dat mensen er werk hebben én dat er nieuw geld in de lokale economie circuleert.” Een groot stuk grond middenin de stad werd in publieke handen gehouden. Hier heeft de gemeente een groot cultureel centrum gebouwd, waarvan de opbrengsten terugvloeien naar de lokale economie en de inwoners van Preston. Het Preston-model kreeg internationaal veel aandacht en inspireerde andere steden om vergelijkbare strategieën te ontwikkelen. “Wat begon als een klein experiment in de Verenigde Staten is inmiddels een wereldwijde beweging”, concludeert Howard. “We zien CWB in steden als Toronto, Kopenhagen, Edinburgh, Sydney en nu dus ook in Amsterdam.”
Nieuw-West
De gemeente Amsterdam zag een drietal stadsdelen in aanmerking komen voor CWB. “Om te beginnen hebben we gekozen voor Nieuw-West: een stadsdeel met ongeveer 170.000 inwoners”, aldus Bieckmann. “Het is een van de stadsdelen waarin de ongelijkheid in Amsterdam het meest duidelijk zichtbaar is. Amsterdam als geheel mag rijk zijn en een hoge groei kennen: in stadsdelen als Zuidoost, Noord en Nieuw-West, met bijna de helft van alle inwoners van de stad, komt die rijkdom niet terecht. Qua omvang is Nieuw-West vergelijkbaar met een middelgrote stad als Preston, wat voldoende massa geeft om hier een economisch ecosysteem op te bouwen.”
Een cruciaal onderdeel van het programma is het verbinden van vraag en aanbod. Enerzijds ondersteunt het programma bewoners en ondernemers bij het opzetten van coöperatieve bedrijven in de wijk. Anderzijds stimuleert men vanuit CWB grotere organisaties zoals woningcorporaties, scholen, universiteiten, zorginstellingen en ziekenhuizen om meer lokaal in te kopen. Bij die coöperaties dus. “We werken nauw samen met de directie inkoop van de gemeente,” zegt Bieckmann. “Met een jaarlijks inkoopbudget van 3,1 miljard euro is het een van de grootste inkopers van de stad. Maar we werken ook samen met andere grote organisaties in de stad. Die organisaties noemen we ankerorganisaties: ondernemingen die stevig verankerd zijn in de stad en niet snel zullen verhuizen. Zo kunnen we aan duurzame relaties bouwen.”

Ted Howard
Ted Howard (1950) is een Amerikaanse sociaal ondernemer en medeoprichter van The Democracy Collaborative. Hij geldt als een van de grondleggers van Community Wealth Building (CWB). Vanuit Cleveland ontwikkelde hij het Evergreen‑model, waarin lokale ‘anchor institutions’ worden ingezet om coöperaties en lokaal eigenaarschap te versterken. Zijn werk inspireerde internationale CWB‑initiatieven, waaronder in het Verenigd Koninkrijk en Europa. The Guardian noemde Howard dé woordvoerder voor Community Wealth Building wereldwijd.
Coöperatief gedachtengoed
Het oprichten van coöperatieve bedrijven speelt een cruciale rol binnen CWB. Volgens Howard heeft dat zowel sociale als economische voordelen. “In een coöperatie zijn de mensen die er werken ook eigenaar. Als het bedrijf succesvol is, delen zij in de winst. Dat verschilt sterk van traditionele bedrijfsmodellen. In een MKB-bedrijf strijkt de eigenaar de winst op en in een corporate gaat de winst naar aandeelhouders. Maar in een coöperatie blijft de waarde bij de mensen die het werk doen. Hierdoor blijken coöperaties vaak productiever te zijn en een hogere medewerkerstevredenheid te hebben. Eigenaarschap of een stem hebben doet ertoe. Dan is werk ineens zoveel meer dan een baan of je hand ophouden voor een salaris.” In Nieuw-West kan de coöperatieve vorm bovendien kleinere ondernemers helpen om samen te werken. “CWB wil geen individuele bedrijven oprichten, maar een economisch ecosysteem creëren rondom vraag en aanbod en een infrastructuur die andere bedrijven kan ondersteunen. Binnen die coöperatieve infrastructuur ontvangen leden voordelen, zoals training of ondersteuning bij het binnenhalen van contracten en opdrachten van grote ankerorganisaties. Ze leren van elkaar en worden onderdeel van een veel groter netwerk, wat betekent dat allerlei zaken zoals marketing en ICT aan de achterkant goed geregeld worden. Ondernemers die de coöperatieve principes van CWB omarmen, kunnen aanhaken bij onze kennis en expertise, waardoor ze mogelijk succesvoller worden en samen verder kunnen groeien. ”
NCR heeft een belangrijke rol gespeeld bij het oprichten van de zeven al bestaande coöperaties binnen het programma. Howard noemt NCR een parel in het Nederlandse coöperatieve landschap. “Bij NCR is enorm veel kennis over coöperaties samengebracht. Ze hebben ons heel specifieke hulp geboden bij onder meer het opstellen van statuten, het ontwikkelen van businessplannen en het aanbieden van effectieve trainingen. Dat is zo waardevol. Een van de principes van een coöperatie is namelijk educatie. Leden moeten niet alleen hun werk goed kunnen doen, maar ook leren hoe ze een democratische organisatie besturen. Als CWB zich verder door Nederland gaat verspreiden, kan NCR een belangrijke rol spelen bij de oprichting en ondersteuning van allerlei nieuwe coöperaties.”
Tipping point
Hoewel het programma nog relatief jong is, zijn er al enkele belangrijke resultaten geboekt. Zo heeft de gemeente Amsterdam haar inkoopbeleid aangepast zodat coöperatieve bedrijven hierin expliciet worden meegenomen. Daarnaast groeit het aantal coöperaties en neemt de interesse vanuit andere (anker)organisaties toe. In de gemeenteraad is inmiddels brede steun ontstaan voor verdere ontwikkeling van het programma, zowel in de coalitie als ook in de oppositie. “We hebben een lange termijnvisie opgesteld, waarin we kijken hoe we Community Wealth Building kunnen opschalen naar de hele stad of misschien zelfs regio.” Dat neemt niet weg dat er ook uitdagingen zijn. Volgens Bieckmann bevindt het programma zich momenteel in een overgangsfase. “De coöperaties staan klaar, maar hebben nog niet genoeg opdrachten. En de ankerorganisaties zijn soms nog terughoudend, omdat er nog niet genoeg volledig functionerende coöperaties zijn. We moeten naar dat tipping point toe. Als het ecosysteem eenmaal draait, gaat het vanzelf sneller groeien.” Howard benadrukt dat geduld essentieel is. “Community Wealth Building vraagt tijd. Maar als we nu investeren, kan dat een enorme impact hebben op de toekomst van steden. Het gaat er uiteindelijk om dat mensen zien dat er een alternatief bestaat: een economie waarin eigenaarschap, zeggenschap en welvaart eerlijker worden verdeeld.”









