Coöperaties in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk: drie landschappen, één beweging
Dinsdag 3 maart 2026
Coöperaties vormen in Nederland al lange tijd een stabiele en brede economische pijler. Met gemiddeld meer dan 3.000 actieve coöperaties in de afgelopen jaren, verspreid over vrijwel alle sectoren van de economie, kent Nederland een coöperatieve traditie die diepgeworteld is in zowel markten als gemeenschappen.
De Coöperatie Top 100 toont daarnaast een indrukwekkende economische reikwijdte: een gezamenlijke omzet boven de €180 miljard. En daar komt nog een opvallend cijfer bij: de gemiddelde Nederlander is volgens het Top 100‑onderzoek van 2024 goed voor 1,7 coöperatieve lidmaatschappen. Een stille indicatie van hoe vanzelfsprekend coöperaties onderdeel zijn geworden van het dagelijks leven, vaak zonder dat men het doorheeft. Maar hoe zit dit eigenlijk bij onze buurlanden? Zien we daar een vergelijkbaar aantal lidmaatschappen per persoon? En is deze verhouding dalende, of zit zij juist in de lift?
Verenigd Koninkrijk
Het Verenigd Koninkrijk kent een rijke historische coöperatieve traditie en heeft een van de grootste coöperatieve economieën ter wereld. Het VK telt meer dan 10.000 coöperatieve en ledengedragen organisaties, met ruim 65 miljoen lidmaatschappen, bijna gelijk aan de totale bevolking. Ondanks deze enorme schaal was er het afgelopen jaar een lichte daling van 1,1% in het totale aantal lidmaatschappen. Maar wanneer uitsluitend naar coöperaties wordt gekeken, ontstaat een heel ander beeld: het aantal leden groeide van 15,2 naar 16,6 miljoen.
Daarnaast kende het VK een sterke toename van 31,5% in ondernemingen die volledig in eigendom zijn van werknemers (employee‑owned businesses). Deze groei bevestigt een bredere trend: burgers en werknemers zoeken actief naar vormen van zeggenschap, gedeeld eigenaarschap en lokale economische controle.
Een opvallend voorbeeld is de groei van community pubs, waarbij dorpsbewoners cafés overnemen die anders zouden verdwijnen. Ook leden‑gebaseerde financiële instellingen, zoals building societies, spelen een belangrijke rol doordat zij klantwaarde en stabiliteit centraal stellen.
België
Verleggen we onze focus naar België, dan zien we een heel ander beeld. Daar daalde het totale aantal coöperaties fors, maar dat wijst op méér dan een afnemend coöperatief sentiment. Het Belgische vennootschapsrecht werd in 2019 namelijk zo aangepast dat alleen coöperaties die écht volgens de coöperatieve identiteit werkten, deze vennootschapsvorm nog mochten behouden.
Het resultaat was een sterke terugloop: van 24.971 coöperaties in 2016 naar 12.517 in 2025. De daling is dus geen zwaktebod, maar een bewust proces van opschonen. Veel oude cvba’s en cvoa’s waren juridisch coöperatief, maar werkten feitelijk niet volgens ICA‑principes. Wat overblijft is een helder omschreven, inhoudelijk sterke coöperatieve kern.
België laat daarnaast een opvallende verschuiving zien: een beweging van kwantiteit naar kwaliteit. De 1.702 organisaties die expliciet voor de nieuwe cv‑rechtsvorm kozen, zijn coöperaties die hun identiteit opnieuw hebben gedefinieerd. Ze opereren bewust volgens ICA‑principes zoals solidariteit, democratische controle en maatschappelijke meerwaarde.
Economisch is de coöperatieve sector in België relatief klein (1,1% BBP), maar de coöperaties die overblijven vormen wél een sterke, zuivere en veerkrachtige kern die bewust volgens coöperatieve principes werkt, en tijdens crisissen zelfs groei laat zien.
Drie landen: één toekomstbestendig model
De vergelijking toont hoe verschillend de coöperatieve beweging zich per land ontwikkelt:
- Nederland – breed, stabiel en maatschappelijk diep verankerd; groeiend in energie, zorg en lokale dienstverlening.
- België – juridisch gesaneerd en scherp afgebakend; een sterk identiteitsgedreven coöperatieve kern.
- Verenigd Koninkrijk – divers, omvangrijk en innovatief; sterke groei in employee ownership en community‑modellen.
Ondanks de verschillen is de uitkomst overal dezelfde: coöperaties versterken lokale economieën, vergroten betrokkenheid, bieden een democratisch alternatief en spelen een sleutelrol in maatschappelijke opgaven, van energietransitie tot betaalbare zorg, van voedselketens tot gemeenschapsvorming. De drie landschappen bewegen ieder op hun eigen manier, maar vormen samen één krachtige, toekomstgerichte coöperatieve beweging.
