Vieren we het Jaar of de Eeuw van de Coöperatie?
Dinsdag 22 april 2025
In dit artikel stel ik de vraag waarom 2025 niet slechts het Jaar van de Coöperatie zou moeten zijn maar tevens de aanzet tot de Eeuw van de Coöperatie. Want stel nu dat we als mensheid niet in een afgaande lijn zitten – de coöperatie is een ouderwets fenomeen – maar in een opgaande lijn: de coöperatie is de meest wijze organisatievorm voor onze toekomst.
Alle coöperatieve ervaringen tot nu toe zijn dan slechts bouwstenen in een verdergaande vervolmaking van het Coöperatieve. Alle kennis en ervaring die NCR, ICA en afzonderlijke coöperaties in huis hebben een fundament om op voort te bouwen. Zoals eertijds de bibliotheek van Alexandrië alle kennis van de toenmalige beschavingen bevatte waarop nieuwe ontwikkelaars zich konden beroepen.
Nut en noodzaak van een meer gebalanceerde economie zijn de afgelopen tijd wel heel duidelijk geworden door de doorgeschoten destructieve macht van eendimensionale hyperkapitalisten op mondiaal niveau. Daar kan het Coöperatieve een veel intelligenter, beheerster en toekomstbestendiger model tegenover zetten want meer in samenhang met de context waarin men leeft en per definitie kleinschaliger georganiseerd.
Met VIJF ARGUMENTEN kom ik tot de stelling dat een op coöperatie gebaseerde economie verstandiger is dan de neoliberale laissez-faire-economie. En dat we het Jaar van de Coöperatie dus maar beter kunnen zien als de aftrap voor de Eeuw van de Coöperatie.
Ik begin met de tegenkracht van onze tijd: de verheerlijking van het egoïsme door mensen als Ayn Rand. Er zitten heus interessante aspecten in haar filosofie, bijvoorbeeld dat ze wilde afzien van agressie. Maar de agressieve manier waarop haar volgelingen de afgelopen decennia ontaarden, is een barrière voor het Coöperatieve, zowel op de markt als binnen coöperaties. Om over andere schade maar niet te spreken. Vervolgens verklaar ik waarom het nog zo moeilijk is om evenwichtig democratisch (=coöperatief) een bedrijf te runnen: we zitten nog maar op de kleuterschool van de Democratie. En we zijn heel hard aan intensief leren toe!
“De coöperatie is de meest wijze organisatievorm voor onze toekomst.”
In argument 3 en 4 beschrijf ik aan de hand van José Ortega y Gasset en Alexis de Tocqueville wat we zouden moeten doen. Onze houding aanpassen. En ons gedrag managen. Beide schrijvers benadrukken overigens dat dit gepaard kan gaan met veel plezier en genoegen.
Ten vijfde benadruk ik met William MacAskill de urgentie van het Jaar, wat mij betreft de Eeuw, van de Coöperatie en de noodzaak tot solidariteit, het subthema dat NCR aan dit Jaar meegeeft. Misschien zitten we niet alleen qua democratische mentaliteit maar ook op de verwachte leeftijd van de mensheid pas in de kindertijd en komen er nog vijf (MacAsskill denkt wel 25 keer) zoveel mensen na ons. Welke impact kunnen wij met onze keuzes nu hebben op hun levens dan?
1.
Egoïsme is een deugd, vond Ayn Rand, de grondlegger van het huidige individualistische kapitalisme. Gevlucht uit de communistische Sovjet-Unie, schoot zij van de weeromstuit in een egoïstisch extreem. Haar gemakkelijk (want niet complex) na te volgen filosofie vond veel weerklank in de VS en later ook in Europa. Voor velen onbewust, is het nu de leidende onderstroom in de Westerse wereld. Egoïsme is de tegenpool van altruïsme, volgens Rand. Wie hulp accepteert, onderwerpt zich aan wat een ander wenst te geven. Dat gaat ten koste van creativiteit en ondernemerschap, zegt ze. Los van de invloed van haar persoonlijke geschiedenis: zich afzetten tegen een collectieve economie, versimpelt Rand met haar pleidooi voor individualisme de werkelijkheid op een onaanvaardbare manier; door slechts in twee polen te denken: egoïsme -altruïsme. Alsof er geen wederkerigheid zou bestaan. Eén van de kernbegrippen in het coöperatieve denken die van alle betrokkenen bijdragen verlangt zonder die op een weegschaal te leggen. Ieder draagt naar vermogen bij aan de tweede onderneming die coöperatie heet. Dat leidt juist tot een kwadratisch ondernemerschap! En tot een vorm van solidariteit die het welbegrepen eigenbelang ten goede komt.
2.
Er is kleuterschool-lobby, basisschool-lobby en hogeschool-lobby, verzekerde professor Rinus van Schendelen me ooit. ‘Het verschil is: meer huiswerk maken.’ Wat voor zijn vakgebied geldt, geldt evengoed voor het Coöperatieve. We kunnen nog enorme slagen maken als het om educatie gaat. Al te vaak geven we mensen democratische rechten zonder hen te wijzen op de mores die daarbij horen en zonder hen te trainen in een democratische attitude en wijsheid. Het gevolg is dat democratieën en coöperaties te maken hebben met een kleuterschool-mentaliteit waarin instincten gemakkelijk de overhand krijgen over gezond verstand. Ik zal aantonen wat ik bedoel. 200 a 300.000 jaar geleden ontstonden de genen van homo sapiens; 30.000 jaar geleden die van de moderne mens; 5.000 jaar geleden begonnen samenlevingen met taakverdelingen (landbouw); 350 jaar geleden was de Franse revolutie en ontstonden democratieën in Amerika; 100 jaar geleden kregen we in Nederland vrouwenkiesrecht… Afgezien van de democratie in het Oude Griekenland, die ik zeer waardeer maar die aan slechts een aristocratische bovenlaag participatie toestond, heeft de mens dus 350 jaar ervaring met volksdemocratie. En dat is nog ruim gerekend. 350 jaar op 200.000 jaar sapiens-genen is nog geen 0,2%. Op 30.000 jaar moderne-mens-genen is het 1,2% en op 5000 jaar gemeenschappen: 7%. Zet die percentages ter vergelijking op een mensenleven van pakweg 85 jaar en we hebben de ervaring van een baby (paar maanden) tot maximaal die van een kleuterschool leerling, 5 a 6 jaar, met democratie. Geen wonder dat het zo vaak stroef loopt in coöperaties. En geen wonder dat we zo makkelijk meegaan in het simplistische ressentiment van bijvoorbeeld Ayn Rand. We hebben nog heel veel te leren en we moeten nog veel huiswerk maken!
3.
‘De zorg van de mens moet er op gericht zijn (…) steeds meer de overmaat van zijn superioriteit te beperken.’ José Ortega y Gasset in ‘Het geluk van het jagen’ (1944/1959) waarin hij o.a. ‘de onherroepelijke hiërarchie onder de levende wezens’ beschrijft. ‘Elk dier staat in een verhouding van superioriteit of inferioriteit ten opzichte van een ander.’ Mensen zijn zo superieur geworden in de natuur dat wij het vermogen hebben onze leefwereld te vernietigen. De enigen die ons kunnen stoppen zijn de Natuur en wijzelf. En als wij het zelf niet doen, doet de Natuur het gegarandeerd. In zijn meesterwerk ‘Opstand der horden’ (1930/2015) betwijfelt Ortega y Gasset of de massamens in staat is om zijn eigen baas te zijn. Deze visie staat haaks op die van Ayn Rand. De mens, dus ook de economie, moet zichzelf beperken om geen onherroepelijke schade te veroorzaken. Het Coöperatieve zou je kunnen zien als een kapitalisme met de rem er op. Een vrijwillige beperking dus. Welvaartsontwikkeling zien we in de coöperatie vanuit een lange-termijn-perspectief. In der Beschrankung zeigt sich erst der Meister, zei Goethe al. Laten we coöperatief leiderschap tonen en verantwoord meester worden over de bedreigingen en kansen die we zien. De getrapte besluitvorming in coöperaties kan bijdragen aan het temperen van te heftige eendimensionale ambities en zelfgenoegzaamheid die geen rekening houden met anderen (inclusief toekomstige mensen) en onze leefwereld. Dat helpt ons de attitude aan te leren die Ortega y Gasset bepleit.
4.
Wij slapen op een vulkaan, riep Alexis de Tocqueville in de 19e eeuw. De man die op zoek was naar antwoorden op de vraag hoe een democratie werkt en een nog altijd actueel standaardwerk daarover schreef, was zich evengoed bewust van de schaduwzijden van democratie als van de kracht ervan. Als je de ontwikkelingen in onze tijd beschouwt, zie je precies waarvoor hij toen al waarschuwde. Het is dus hoog tijd om extra energie te steken in het Jaar van de Coöperatie. Ik zal niet beweren dat het Coöperatieve een wondermiddel is. Maar democratisch een bedrijf runnen, is om Churchill te parafraseren: de minst slechte van alle opties. Waar argument 3 gaat over het aanleren van een houding, gaat dit argument over concreet gedrag. Hoe moeten we handelen? In de NCR-4A-strategie is het zowel door links als rechts gewaardeerde gedachtegoed van De Tocqueville, vertaald naar coöperatiestrategie. Dankzij zijn onderzoek en conclusies weten we dus hoe we succesvol een coöperatie kunnen runnen. Daarvoor legde De Tocqueville de nadruk op drie thema’s: Gedeelde Waarden (zie ook o.a. argument 3); Leiderschap (ook hij streefde naar wijsheid in besluitvorming) en Cohesie. Om coöperatieve samenhang te stimuleren, moet er allereerst begrip zijn voor het feit dat niet alle leden dezelfde ambities hebben en in dezelfde gelegenheid zijn om bij te dragen. Diversiteit accepteren dus. Vervolgens dient er aandacht te zijn voor 4 aspecten: de coöperatie moet Aantrekkelijk worden gemaakt, ze moet een goed Aanbod hebben, de Affiniteit van de leden met de coöperatie moet worden gemanaged en er moet ruimte en stimulans zijn voor leden om hun Ambitie om mee te sturen, waar te maken. Gedetailleerde informatie hieromtrent heb ik in eerdere artikelen beschreven en kunt u via NCR verkrijgen. De urgentie om juist nu aan een verfijning van de kwaliteit van coöperatieve samenhang te werken, beschrijf ik in argument 5. We liggen nu écht boven op de vulkaan!
5.
Een pleidooi voor langetermijnisme, noemt William MacAskill zijn boek ‘Omkijken naar de toekomst’ (2024). Hij bespreekt het heden, verleden en de toekomst van de menselijke soort. Om te beginnen met een ontnuchterende positiebepaling. Waar staan wij nu in 2025 (het Jaar van de Coöperatie) op de ladder van de mensheid? Tweehonderdduizend jaar verder dan de eerste mens, zagen we in argument 2. Maar hoe hoog is dat, als de ladder 1 miljoen jaar lang is, of zelfs 500 miljoen jaar, zoals MacAskill schat? Dan staan we ook qua mensheidsleeftijd nog maar in de kindertijd. Echter: onze impact is exponentieel aan het vergroten. Van de totale 200.000 jaar leefde/leeft een kwart van het aantal mensen in de afgelopen 300 jaar! En velen daarvan leven nu in een weelde die vroeger zelfs koningen en koninginnen niet kenden! Daarom stelt MacAskill dat het huidige tijdperk uiterst ongebruikelijk is vergeleken met het verleden en vergeleken met de toekomst. Die groei is objectief niet vol te houden. De eerste honderdduizenden jaren groeide de wereldeconomie met 0%; in het landbouwtijdperk met 0,1%. Dat zijn verwaarloosbare impacts op onze leefomgeving. Maar in de laatste 100 jaar groeide de economie gemiddeld met 2% jaar. Dat is nu al een verzevenvoudiging van de menselijke impact op de rest van de wereld. Dat kunnen we niet zonder regulering door blijven doen. Dat leidt tot volledige destructie. Zeker als er nog zoveel mensen na ons volgen! En al helemaal als die niet meer in overzichtelijke groepen functioneren maar zich ongebalanceerd laten leiden door de invloed van een klein groepje techmiljardairs. De verstoring van natuurlijke leefomgevingen door menselijke activiteiten heeft al veel soorten de das om gedaan, inclusief andere mensachtigen. Zorgvuldigheid en nederigheid NU (argument 3) zijn dus gepast willen we in de toekomst voort kunnen leven. Een waarlijk coöperatieve bedrijfsvorm biedt qua mentaliteit betere garanties om bij te dragen aan overkoepelende checks-and-balances t.b.v. langetermijnisme dan een ‘corporate company’.
Ik heb met vijf argumenten laten zien waarom het de moeite waard is om het Jaar van de Coöperatie actief te vieren. Egoïsme is niet de oplossing. We moeten willen leren. Bescheidenheid is op z’n plaats. Hoe het wel moet, is bekend. Ons perspectief moet op de lange termijn gericht zijn. Wat mij betreft mag het Jaar uitlopen tot de Eeuw van de Coöperatie omdat we aantoonbaar in een ongebruikelijke tijd leven waarin we onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Als ik dit Jaar één wens mag doen: Moge de NCR Coöperatie Academie uit zijn voegen barsten van de leervragen!








