Ga door naar hoofdcontent
Waarin verschilt de coöperatie van andere ondernemingsvormen?

Waarin verschilt de coöperatie van andere ondernemingsvormen?

Bij een niet-coöperatieve onderneming staat de vraag centraal of er voldoende winst wordt gemaakt. ‘Winst maken’ is het primaire doel van de onderneming. De wijze waarop dat gebeurt, met welke producten en diensten en voor welke klanten, dat is van secundair belang.

Bij een coöperatie zijn de eigenaren (leden) zelf de klanten of leveranciers van de onderneming. Een coöperatie doet het goed zolang zij in de behoeften van de leden voorziet. De onderneming is daarmee minder vrij in de keuze van producten en diensten. De leden zelf zijn in principe ook minder vrij in de keuze met welke onderneming zij zaken doen.

De onderneming die een coöperatie drijft moet winst maken om duurzaam te kunnen voorzien in de behoeften van de leden. Daarmee is ‘winst maken’ voor coöperaties een middel, geen doel. Om die reden wordt bij coöperaties ook niet gesproken over ‘winst’, maar over ‘exploitatiesaldo’ of ‘surplus’.

Omdat de leden zelf ook gebruiker zijn van het coöperatieve bedrijf zijn zij nauwer betrokken bij het wel en wee van het bedrijf dan bij andere ondernemingsvormen. Dat betekent ook dat de zeggenschap van de eigenaren/leden over de coöperatie uitgebreider en democratischer is geregeld dan bij andere ondernemingsvormen. Coöperaties zijn niet beursgenoteerd, maar ‘lidgenoteerd’. De directie van het coöperatieve bedrijf moet altijd kunnen uitleggen hoe het bedrijf voorziet in de belangen van de leden. Het bestuur van de coöperatie organiseert deze interactie namens, voor en met de leden.